Prixels 20

Prixels nr 20

Wedstrijd

Op het fletse zwart-wit fotootje is mijn vader te zien als chef van de Co-op winkel, samen met de winkelmeisjes rond een gigantische wedstrijdbeker: gewonnen bij de jaarlijkse etalagewedstrijd. Want dat kon – ie, mijn vader, etalages bouwen. Uren bracht hij savonds door achter de met een laken geblindeerde ramen van onze winkel, zorgvuldig de sigarendoosjes, blikjes met zuurtjes en kunstbloemen stapelend op glimmende doeken. Want op een dag kwamen “ze” van het Hoofdkantoor: de besnorde, ernstig kijkende heren in grauwe pakken, met hun dikke walmende sigaren, op fluistertoon mompelend tegen elkaar, starend en wijzend voor de etalage: De Jury. Toen, in 1952, was het resultaat in hun ogen: “Zeer Fraai”, zoals in plechtige krulletters op de oorkonde met sierlijke handtekeningen stond, die nog vele jaren boven de schoorsteen hing. Een prestatie van formaat, waar over nog maanden werd gepraat. Wat was – ie trots. Hoe serieus het er destijds ook aan toeging, nu kijken wij wat meewarig naar de prestaties en bijbehorende rituelen van toen, de autoriteiten en hun opvattingen. Wedstrijden zijn er sinds het bestaan van de mens, en diens neiging om zich te onderscheiden, om de beste te zijn. Met als inzet: de eer, een trofee. Of een vrouw. Is er in dat opzicht iets wezenlijk veranderd ? Aan de vorm wel, maar het wedstrijdelement op zich is nog steeds volop aanwezig op vele terreinen van de maatschappij, ook in de fotografie. En o wat gevoelig ligt daarbij het oordeel van een jury. Vooral wanneer ons dat niet welgezind is: haar competentie wordt hoofdschuddend ter discussie gesteld, haar deskundigheid en objectiviteit betwijfeld. Blind als ze zijn voor wat in onze ogen de hoofdprijs had verdiend, maar wat zij kennelijk niet zien! Wat denken ze wel! Met objectieve criteria als compositie, kleurgebruik, lichtval enzovoort wordt dit proces controleerbaar en hanteerbaar, het zijn redelijk heldere beeldelementen. Moeilijker ligt het met het gevoel, dat ongemakkelijke compas in onszelf, dat maakt dat je het ene beeld in je hart sluit en het andere verafschuwt. Eigenlijk is er maar een criterium dat echt telt: “PRACHTIG”. Maar daar zal geen jury haar handen aan branden . En dan heb ik misschien jarenlang ook nog weggegooid wat toen niet mooi was en nu wel! Niets is meer zeker….

GIO