Prixels 16

Prixels  nr 16

Trots

Brede boulevards en riante pleinen, tempels en musea, monumenten en een grootse rivier, exotische mensen en markten, kathedralen en paleizen, metro’s en rosse buurten, kom daar eens om in  zeg: Eindhoven. Nee, en ook resten van een eeuwenoude omwalling, intieme grachten en  middeleeuwse kerken zul je er niet vinden. In reisgidsen wordt Eindhoven niet aangeprezen als “exotisch” of “bruisend”  en voor een stedentrip heb je aan een middag ruimschoots genoeg: de Rechtestraat en Demer heen en weer. Winkelen, dat is het wel zo’n beetje.  Geen Romein is hier ooit geweest, het middeleeuwse stadje werd tot voor 100 jaar slechts door zandwegen verbonden met het achterland waar het echt gebeurde:  Vlaanderen, Rijnland en Holland. De schamele resten van het oude kasteel en markt zijn na ontdekking weer schielijk onder zand, asfalt en Heuvelgalerie geschoffeld. Nog steeds tonen veel straten en buurten een dorps karakter. Eindhoven is geen Haarlem of Antwerpen, geen Rotterdam of  Delft, geen Dordrecht of Maastricht . Het wordt door niet-Eindhovenaren qua uitstraling  steevast  geplaatst in het troosteloze rijtje Tilburg, Helmond, Oss,  Beverwijk , alleen wat groter: “sfeerloos, een ratjetoe” etc. Vanwaar dan toch die warme gevoelens voor die stad, die “Eindhoven-mania” in allerlei glossy bladen, exposities, talkshows en fullcolor koffietafelboeken. Zijn het de torenflats in het centrum , volgens sommigen erecties waarmee de stad zijn potentie wil bewijzen? De Blob dan, ongemakkelijk in een hoekje tussen de winkels?          Het Evoluon, ingepikt door het kapitaal?  Voormalige fabrieken op Strijp S waarmee de stad niets anders kan dan weggeven aan creatievelingen om er “leuke dingen”   te doen ?  Wat maakt dat wij Eindhoven in foto’s willen vereeuwigen en teruggeven aan haar bewoners en bezoekers ? Als een (lach-spiegel, waarmee wij haar “ziel” willen blootleggen, duiden als: uniek, niet te copieren,  meerwaarde geven, onze liefde betonen, voluit bezingen ? Zijn het de agenten die de aangiften doen, de kasteleins die royaal schenken, de juffen die de kleuters leren zingen, de kooplui op de dinsdagmarkt, de carnavalsvierder of de fietsende imam ? Wat onderscheidt Eindhovenaren  van Amsterdammers en Brusselaren, van Keulenaren en Rotterdammers ?  En wat maakt dat anderen, van “buiten”  met een andere huidskleur, taal of accent,  kleding en godsdienst het zeggen en uitstralen: dat in Eindhoven wonen, werken, feesten, kortom leven, de moeite waard is? Vermom je als toerist, met de camera in de aanslag gaan kijken, proeven, voelen , ruiken en luisteren. En dat  in pixels  vangen, kleur en contrast geven, compositie en  kader, al is het met gemengde gevoelens.

GIO