Prixels 15

Prixels nr 15a

Club

 Als ANWB-lid behoor je tot hun club, een TROS-lid zelfs tot hun  “familie” . De ANWB en de TROS: massa-organisaties clubs ? Een club is volgens mij een groep(je) mensen met dezelfde interesses waarmee je wandelt, zingt, vist of  met modeltreinen speelt: ieder zijn meug, maar wel samen. Een zangclub een club met zoveel  sopranen  dat het ook klinkt, en  wandelen pas als club  als je met z’n 10-en over de hei stampt. Bij een fotoclub hebben we het toch over een ander soort. Wat maakt een groepje “losse” fotografie-enthousiastelingen tot een fotoclub?  Kun je het niet alleen af? Wat kun je beter samen, wat beter alleen ? We kunnen wel stellen:  ( amateur-)fotografen zijn solisten. Het gaat toch om die foto’s die alleen jij in je hoofd hebt,  op deze wijze digitaal vereeuwigt,  die “het” vorm wil geven, ziet of ensceneert en die op het moment supreme op de ontspanner drukt?  En  bewerkt naar jouw smaak en mogelijkheden. Maar dan blijkt die solist toch gewoon een ijdeltuit: hij wil zijn “darlings” aan anderen laten zien op clubavonden en de clubexpositie. Hij is zelfs genegen om  het commentaar van anderen  ter harte te nemen voor zijn werk.  Of is dat ook welbegrepen eigenbelang? Sommige clubs gaan nog verder: een gezamenlijk thema waaraan je wordt geacht mee te doen. Het is sommigen een gruwel, die groeps”dwang”, anderen zien er vooral een middel in om van anderen te  leren. Ook het binnenhalen van deskundigheid  kun je beter als je het als groep doet. Zo bezien realiseer je als club meerdere doelen . Blijft nog een andere bijkomende meerwaarde,  voor menigeen onschatbaar: de fotoclub als sociaal verband. Je bent er ook gewoon bij als mens, met je ( levens-) verhaal, je successen en je moeilijkheden, je werk, je gezondheid, kinderen, relaties. Dan lijken fotohobbyisten net gewone mensen: die een club ook nodig hebben om het leven zelf te delen, naar elkaar te luisteren, te bemoedigen en met elkaar te lachen en soms te huilen. Misschien is juist dat de kracht van een goede fotoclub: dat je zowel als groep en als individu aan je trekken komt: ruimte voor elkaar en toch samen, hoe verschillend je ook bent en hoe je ook in het leven staat. Ondanks alle verschillen toch een eenheid. Gezelligheid en leerschool, zo “werkt” het,  voor wat hoort wat, je krijgt er iets voor terug. Maar het moet ook een beetje aan te sturen zijn. Je zult maar voorzitter zijn van zo’n stel individuen. Of erger nog: secretaris….: petje af , hoor!

GIO