Prixels 11

Prixels  11                                Licht

 

Volgens de  Overleveringen schiep God het licht, met de heer Frits P. te Eindhoven als goede tweede. Die maakte met zijn gloeilampen  voor de in duisternis tastende mensheid een einde  aan eeuwen walmende oliepitten als  lichtbron.  Vrijwel alles in ons leven en verbeelding is verbonden met licht: geen licht, geen beeld,  geen foto.  Wij zijn als ( amateur-)fotografen  gewend  ermee om  te gaan, ermee te spelen, kennen de mogelijkheden en beperkingen ervan, voegen licht toe of doseren het met diafragma, sluitertijd en lichtgevoeligheid. Licht op het geheel of detail, strijklicht of frontaal , direct en indirect,  warm of koud,  verstrooid of  gericht,  gekleurd of  “wit”. En een lichtbron passend bij wat we willen weergeven of oproepen: konkreet en  herkenbaar of alleen  suggestie. Voeg licht toe en je beeld wordt “lichtvoetig” ,  high-key,  de  suggestie van zon en schijnwerpers die de details laten overvloeien in elkaar. Spaarzaam licht, low-key, en je beeld wordt intiemer, vergt goed kijken of laat bewust onduidelijk wat het voorstelt, in duisternis gehuld, dreigend en geheim. Al naar gelang wat we voor ogen hebben maken we gebruik van de natuurlijke bronnen en hun spiegelingen, met “techniek”  kunnen wij talloze effecten oproepen:  met lampen en schermen, of in een flits, al dan niet om een beweging te bevriezen. We zijn meestal geneigd om te investeren in de camera, maar  een goede extra lichtbron is net zo onmisbaar.  Maar daarbij doet zich iets merkwaardigs voor: ( veel) licht wordt op film  en digitaal weergegeven in gradaties wit en waar wit is kan geen andere tint worden weergegeven of  “zichtbaar” gemaakt door het wegfilteren van emulsie of pixels. Dit  in tegenstelling tot donkere tinten die bij verhelderen alsnog hun onderliggende mix van kleuren  onthullen.  Hoe meer licht , hoe minder “bruikbaar”  materiaal  voor een goed belicht beeld.  Dus voor een goed “belicht” beeld: hou het donker, onder-belicht.  Je histogram kan je daarbij helpen.

 

GIO