Prixels 1

Prixels (1)                                                                                                                    maart 2013

PRATEN

Iedereen kent het tafereel en de voor de hand liggende reactie wanneer je kind (buurvrouw, kennis) in tranen voor de deur staat: “Wil je er over praten?”

En dan zet je koffie, leg je je arm om hem/haar heen en komt alles eruit: het financiële probleem, de verbroken relatie, de fatale diagnose. Want praten: dat lucht op, gedeelde smart etc. Geef het woorden en je roerselen, vergezichten en twijfels krijgen vleugels. Praten is zilver, of toch: goud? Want we praten wat af, ook in de fotografie.

We analyseren en reflecteren dat het een aard heeft en rusten niet voordat alles gezegd, geformuleerd, besproken is. Want alles moet “bespreekbaar” zijn: wat zie je? Wat denk je? Wat voel je? Natuurlijk, de maker wil “feedback” op zijn of haar werk en je bent niet te beroerd om zijn of haar werk de aandacht te geven die het verdient. Maar het voelt soms ook als vroeger op school wanneer je een “beurt” kreeg van die gevreesde leraar Frans. En je klasgenoten in schaterlachen uitbarstten om je een kennelijk verkeerde en ook nog lachwekkende vertaling.

Nu zit je in een halfdonker zaaltje en het te bespreken kunstwerk verschijnt op het bord. De forumleider – van – dienst kijkt speurend rond, je schuift een beetje weg achter je collega voor je, maar te laat: hij roept je naam. Oeps. Je tuurt naar die “moeilijke” foto, kucht eens een keer en zoekt naar de juiste woorden, stiekem hopend dat die ene collega die het altijd zo veel mooier kan zeggen het van je overneemt. Over de lichtval, het kleurgebruik, de compositie, de boodschap, en o ja, natuurlijk: je gevoelens. … Het professioneel bespreken van foto’s is een kunst op zich geworden, waarin je je kunt bekwamen en een graad van jaloersmakende perfectie behalen. Thuis voor de spiegel: hoe moet ik staan, welke gebaren en bewoordingen zijn beeldend en overtuigend?

En zo praten we wat af, op TV, op Facebook, in blogs en e-mails, in nota’s en discussiestukken, op het school -plein en voor de webcam. Praten, praten, praten. Tot het ( nog ) duidelijker is: het probleem, het doel, de factoren die een rol spelen, de diagnose, het plan van aanpak, de uitvoering, het resultaat en natuurlijk: de evaluatie. En weer opnieuw.

Maar moet dit ook bij zoiets als fotografie? Want soms zie ik iets en val ik stil, dan kan ik geen woorden vinden. En dan – wanneer het stil is in jezelf – hoor je wat je echt raakt en ontroert, sprakeloos maakt. En kunt delen. Zonder woorden.

GIO