Prixels 7

Prixels  nr 7                                  Spiegeltje                                 december 2013               

 

” Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van het land? ” Het is de bekende zin  uit Sneeuwwitje, zoals in de Nederlandse variatie van het bekende,  wat oubollige sprookje, levend gehouden in talloze kinderboeken, sprookjesfilms en in de Efteling. Het rijmt ook zo lekker dat iedere peuter het direct herkent en feilloos kan opdreunen   Maar een spiegeltje  is  voor een serieuze fotograaf – amateur en prof – een onmisbaar en geraffineerd stukje techniek in zijn of haar camera met de aanduiding “spiegelreflex”, geheimtaal voor: “het echte werk”. Zat zij ( hij ) oorspronkelijk elegant onzichtbaar verborgen in camera’s die iets hadden van een doosje, nu verleent zij al generaties lang de naar haar vernoemde  camera’s  haar omvang en rondingen, die behalve voor een betere “greep” nergens goed voor zijn. De techniek van het spiegeltje en haar bevestigingen  is een beproefd  mechaniekje dat de fotograaf mogelijk maakt in een “blik” het beoogde beeld te beoordelen en haar vervolgens opdracht te geven te   “ontspannen” . Met  een “klik”, dat unieke bijna erotische geluidje dat de fotograaf bij de  daad vergezelt:  het is gebeurd,  en zij herneemt haar positie,  opgevouwen  in haar donkere behuizing.  Maar haar dagen zijn geteld. Zij  wordt in toenemende mate  gezien als een sta    – in – de – weg. Haar omvang en  vormen zijn de ontwerpers van nu een doorn in het fotografisch oog. Sterker nog: na vele jaren trouwe dienst is zij sinds kort overbodig geworden, afgeschreven, nutteloos verklaard met haar ingewikkelde bewegingen.  De snelle fotograaf van nu kan makkelijk zonder. Weg met het spiegeltje ! In de zucht naar steeds platter  en lichter moet zij haar meerdere erkennen in de digitale camera die het licht direct binnen laat op de sensor, koud, gevoelloos, maar effectief.  Het spiegeltje is uit en komt niet meer terug. De camera’s  houden nog wel vaak  hun kenmerkende rondingen, maar dat is maar schijn, want  er is ruimte zat voor een simpel printplaatje dat alles kan.     Of is het een eerbetoon aan haar historische plekje in het hart van de camera?      Maar er is  iets merkwaardigs aan de hand. Hoor ze “klikken”, kunstmatig, digitaal, al die ragfijne, ultradunne cameraatjes en mobieltjes zonder spiegeltje: dat kenmerkende geluid, wat blikkerig en met een zwaar oosters accent, maar onmiskenbaar. We kunnen haar  eigenlijk niet missen.    Dus  iedere keer als we dat  laatste stukje mechaniek – de ontspanner – indrukken is  ze is er toch heel even bij  met een goedkeurend : “klik”.

GIO