Prixels 6

Prixels  nr  6                                                                             2 november  2013

EXPOSITIE

Wij kunnen niet zonder, wij willen exposeren, exposeren MOET, al is het maar eens per jaar.   In het jaarprogramma is  er weer een ereplaatsje voor ingericht. Nu is het zover. Maanden vooraf zijn  discussies gevoerd over wat wel en niet “kan” , het draaiboek is tot in details geactualiseerd, mailing naar collega-clubs   de deur uit, een affiche  ontworpen en gedrukt., het buurthuis  afgehuurd, de bar geregeld, materialen  aangesleept en “opgefrist”,  taken verdeeld als betreft het een militaire oefening. Ieder heeft zijn prints voorzien van een doordacht  passepartout, nog een maal een generale repetitie van de AV-presentatie,  de   inrichting en belichting getest.  Zaterdag – na een gezellig samenzijn met familie en een stichtend woordje van de Voorzitter  – kan de deur open en het “publiek” naar binnen. En dan begint het. Dit is waar je voor staat : abstract of herkenbaar, kleur of zwart-wit, vervreemdend of realistisch,  gewoon “mooi” of confronterend, een beetje als jezelf…  Laat ze dan maar komen:  de buren,  je familie, kollega’s en vrienden, bobo’s en concurrenten, bewonderaars, de krant, het grote publiek.  Het expositie – gevoel : voor wie doe ik dit ?  Wil ik de bezoekers teasen met iets “leuks” of is dit meer : kunst ?                                                                                           Ik fiets  met een fietstas vol affiches  langs  buurthuizen,  winkel- en gezondheidscentra. Komt het zien, zegt het affiche in kleurige letters ,  wij zullen u – zeer geeerd publiek – eens een fotografisch poepje laten ruiken!   Zo stap ik op een vroege middag  de grote  zaal binnen van een buurthuis waar zo’n twintig ouderen, meest vrouwen,  stil zit te kaarten,  te breien en te kletsen aan de  tafeltjes. Alle ogen richten zich op mij. Achter de bar staat een dame van rond de 40, hoogblond opgestoken haar,  veel goud- en zilverwerk aan oren, pols en vingers, in roze  legging die te heet gewassen is.  Haar rechter hand houdt  de tap  teder omklemd,  aan de bar zitten twee mannen aan het bier.      De dame hoort mijn betoog beleefd aan, neemt het affiche belangstellend in ogenschouw en verdwijnt ermee naar een ruimte achter de bar. Een van de twee mannen richt zich tot mij. “Waar gaat dat over ?”  lalt hij.  Ik  denk even over een formulering. ” Expositie, mooie foto’s, zeg maar : kunst ! ”  zeg ik.                                                                                                                        De man staart even  voor zich uit, veegt het schuim van zijn bovenlip   en roept met een breed gebaar naar de zaal:   “Dan ben-de hier aan het goeie adres ,       dit is allemaal kunst wa ge hier ziet :  kunstgebitte,  kunstheupe , kunstknie-e”  Hij schatert het uit en neemt nog een slok van zijn bier…                                               GIO